Compleet referentiedossier: het lopende toezichtsdossier, organisatie & verantwoording, en regelgeving & kader van het publieke omroepbestel.
Het dossier ON! toont een systematisch patroon van disproportioneel toezicht op één omroep binnen het publieke bestel. Vier instellingen oefenen gelijktijdig druk uit: het CvdM (sancties, boetes, dwangsommen), de NPO (budgetbeperking, rapportageverplichtingen, intrekkingsverzoek), de Ombudsman (gerichte publicatiereeks) en de evaluatiecommissie (conceptrapport dat dezelfde afgewezen argumenten recyclet). Geen andere omroep in de geschiedenis van het bestel is tegelijk onderworpen geweest aan dit viervoudige drukregime. Het patroon is circulair: de NPO sanctioneert op basis van Ombudsman-rapporten, het CvdM wijst handhaving af als disproportioneel, de staatssecretaris wijst intrekking af, sancties worden ingetrokken â en vervolgens duiken dezelfde argumenten weer op in de evaluatiecommissie.
1. Ultra vires handelen door de NPO. De NPO heeft geen wettelijke bevoegdheid om journalistiek-inhoudelijke voorwaarden te stellen aan plaatsing en budget (art. 2.2 Mediawet). Toch legde zij ON! verplichte rapportages op over factchecking, training en redactionele verbeteringen â bevoegdheden die exclusief bij het CvdM liggen. De brief van Frans Klein (17 nov 2022) is het meest expliciete bewijs. Die rapportageverplichting is inmiddels vervallen.
2. NPO-sanctietraject als circulaire escalatie. De NPO heeft ON! driemaal gesanctioneerd (â¬272.048,82) op basis van niet-bindende Ombudsman-rapporten. De NPO was hierbij tegelijk aanklager, beoordelaar en uitvoerder. Vervolgens gebruikte de NPO haar eigen sancties als onderbouwing van het intrekkingsverzoek aan de staatssecretaris (24 apr 2023). De staatssecretaris wees dit af; het CvdM noemde handhaving disproportioneel; twee van drie sancties werden ingetrokken. Desondanks worden dezelfde argumenten in 2025-2026 opnieuw ingebracht via de evaluatiecommissie, die in haar conceptrapport zwaar leunt op Ombudsman-uitspraken terwijl zij de historische afwijzingen niet vermeldt.
3. CvdM-escalatiepatroon. Het CvdM voert gelijktijdig drie rechtmatigheidstoetsingen uit (Spitsbergen, advocaatkosten, WNT/Beertema) en heeft een last onder dwangsom opgelegd, een boete van â¬40.000 voor belangenverstrengeling, en een waarschuwing in de zaak-Blommestijn. Het nader bericht (17 okt 2025) bij de last onder dwangsom toont een escalerend patroon: het CvdM stapelt procedures terwijl eerdere bezwaren nog lopen. Het hoger beroep Blommestijn (13 apr 2026) is nu het scharnierpunt: bij vrijspraak vervalt de grondslag voor het CvdM-oordeel over de advocaatkosten.
4. De Ombudsman als instrument. De T2-rapportage (15 sep 2025) toont dat ON! slechts 18 van 500+ klachtcontacten betrof â minder dan 4%. De Ombudsman noemde ON! nergens als risico. Drie maanden later verschenen desondanks zeven gerichte publicaties. De evaluatiecommissie baseert haar kritiek op journalistieke kwaliteit grotendeels op deze Ombudsman-uitspraken, ondanks dat zij eerder door het CvdM en de staatssecretaris als onvoldoende grondslag voor handhaving werden beoordeeld. Positieve ontwikkeling: de Ombudsman erkent dat de verstandhouding met ON! is verbeterd, en het aangepaste conceptrapport vermeldt dit nu ook.
Evaluatiecommissie-wederhoor maximaal benutten. Het aangepaste Hoofdstuk 6 erkent nu ON!'s verbetermaatregelen (factchecker, trainingen, verbeterde Ombudsman-relatie). Maar de kernkritiek blijft ongewijzigd en leunt zwaar op de Ombudsman. Sterkste verweren: (a) het diffuse normenkader â de NPO kon zelf geen concrete aanboddoelstellingen formuleren, (b) de medewerking-paradox â ON! voerde zelfevaluatie uit, voerde drie gesprekken, trok bezwaar in, maar wordt toch beoordeeld op sancties uit 2022-2023 die grotendeels zijn ingetrokken, (c) voetnoot 1 aanvechten â het rapport citeert verwijderde uitingen als bewijs van 'ondermijning van instituties', terwijl dit verweer tegen sancties is.
Hoger beroep Blommestijn (13 apr 2026) is het scharnierpunt. Bij vrijspraak valt de grondslag weg onder het CvdM-oordeel dat ON! advocaatkosten niet mocht betalen. Dit raakt ook de terugvordering Spitsbergen en de WNT-kwestie Beertema. Bereid nu al het verweer voor op basis van beide scenario's.
ABC Legal-strategie voortzetten. De aanvullende zienswijze (20 feb 2026) markeert een bewuste koerswijziging: gedeeltelijke erkenning van de 'blinde vlek' bij Klever/Van Winkoop, maar volledige betwisting van de De Nooijer-casus. Dit is tactisch sterk: het toont zelfreflectie waar het terecht is, en houdt verweer waar het juridisch houdbaar is.
Publiekscijfers als objectief tegenbewijs. De evaluatiecommissie erkent stijgende waarderingscijfers (7,3â8,1â7,7) en stijgende publieke waarde (68â80â83). Dit zijn de enige objectieve meetpunten in het dossier en ze wijzen op verbetering, niet op verslechtering.
Het Hoofdredacteuren-signaal vasthouden. De brief van het College van Hoofdredacteuren aan het CvdM (18 aug 2025) blijft het krachtigste externe signaal: een collectief van hoofdredacteuren van álle omroepen verdedigt het recht op journalistieke vrijheid â inclusief voor ON!. Dit ondermijnt het narratief dat ON! een geïsoleerd probleem is.
De kern van het verweer rust op drie pijlers. Ten eerste: elke escalatieroute is mislukt â het CvdM wees handhaving af als disproportioneel (mrt 2023), de staatssecretaris wees intrekking af (dec 2023), de NPO trok 2 van 3 sancties in (mrt 2024). Desondanks worden dezelfde afgewezen argumenten opnieuw aangevoerd via de evaluatiecommissie. Ten tweede: de Ombudsman â de centrale bron voor alle kritiek â erkende zelf dat haar rapporten oneigenlijk zijn gebruikt door de NPO (gesprek Vlemmix/Smit, 3 mrt 2026), en de T2-rapportage toont dat ON! slechts 4% van haar werk betreft. Ten derde: het CvdM-escalatiepatroon is nu zichtbaar over drie parallelle dossiers (Spitsbergen, advocaatkosten, WNT), terwijl het hoger beroep Blommestijn (13 apr 2026) de feitelijke grondslag van het advocaatkosten-oordeel kan wegslaan.
Positieve ontwikkelingen: De relatie met de Ombudsman verbetert (erkend door de evaluatiecommissie), de NPO-toon is constructief (gesprek De Ranitz, 23 feb 2026), ON! toont zelfreflectie via ABC Legal (gedeeltelijke erkenning Klever/Van Winkoop) en het bezwaar tegen de commissiesamenstelling is tactisch ingetrokken. De publiekscijfers stijgen. De lijn is nu: niet defensief terugvechten, maar constructief bouwen â terwijl de juridische verweren scherp worden gehouden waar nodig.
Alle actieve toezichts- en handhavingsdossiers rond Ongehoord Nederland.
Juridische kans: De NPO heeft hier een sanctie opgelegd uitsluitend op basis van een Ombudsman-rapport. Maar de Ombudsman is geen wettelijke toezichthouder — zij heeft geen sanctionerend mandaat onder de Mediawet 2008. De NPO heeft evenmin een wettelijke handhavingsbevoegdheid; die ligt exclusief bij het CvdM (art. 7.11 e.v. Mediawet). Er is een serieus argument dat de NPO hier ultra vires handelde.
Opvallend patroon: Het CvdM oordeelde later (2022–2023) dat handhaving op basis van dezelfde Ombudsman-rapporten 'niet passend en disproportioneel' zou zijn. De wettelijke toezichthouder verwierp dus de grondslag waarop de NPO sanctioneerde. Dit is een fundamentele tegenstrijdigheid die de rechtsgeldigheid van alle drie sancties raakt.
Aandachtspunt voor advocaten: Het bezwaarschrift en de aanvullende gronden verdienen herlezing in het licht van de latere intrekking van sanctie 2 en 3. De argumenten die toen zijn aangevoerd, zijn door de NPO zelf bevestigd door de intrekking. Overweeg of er een schadeclaim of formeel bezwaar achteraf mogelijk is voor reputatieschade door onrechtmatige sanctionering.
Juridische kans — schending hoor en wederhoor: De NPO deed op 16 september publieke uitspraken over ON! zonder eerst contact te hebben opgenomen met de omroep. Dit is in strijd met de eigen afspraken (Karskens en Leeflang hadden afgesproken elkaar altijd te bellen). Het beginsel van hoor en wederhoor is een fundamenteel rechtsbeginsel — dat de NPO dit schendt terwijl zij tegelijkertijd ON! verwijt journalistieke normen te overtreden, is hypocriet en juridisch relevant.
Opvallend — doodsbedreigingen: Karskens stelt dat de NPO-verklaring direct heeft geleid tot doodsbedreigingen aan presentatrices en redactie. Als dit aantoonbaar is, creëert het een grondslag voor onrechtmatige daad (art. 6:162 BW): de NPO heeft met haar publieke veroordeling een voorzienbaar gevaar geschapen voor de veiligheid van ON!-medewerkers.
Strategisch punt — Geersing-citaat: Het citaat van oud-NOS-directeur mr. Bauke Geersing is krachtig: een gerespecteerde mediarechtsdeskundige die Leeflang verwijt een 'trial by media' te voeren en haar oordeel voorbarig noemt. Dit is bruikbaar als bewijs dat de kritiek op de NPO-werkwijze niet alleen van ON! komt, maar ook van insiders van het bestel.
Juridische kans — patroon van niet-engagement: Leeflang gaat op geen enkel inhoudelijk punt in. Ze laat alles 'voor rekening' van Karskens, wijst het voorstel voor een pluriformiteitsfunctionaris af zonder motivering, en erkent geen enkele fout. Dit past in een patroon: de NPO weigert structureel in dialoog te gaan met ON! over fundamentele bezwaren. Later zal de staatssecretaris juist het belang van samenwerking benadrukken.
Opvallend — toon versus inhoud: De brief is kort en formeel, bijna afwijzend. Vergelijk dit met Karskens' gedetailleerde 2-pagina brief met concrete punten, een juridische analyse en een constructief voorstel. Het contrast toont dat ON! de dialoog zoekt terwijl de NPO deze ontwijkt. Dit is relevant voor het latere evaluatiepunt 'samenwerkingsbereidheid'.
Strategisch punt: Bewaar deze briefwisseling als bewijs van ON!'s constructieve houding versus de NPO's weigering tot dialoog. Als de evaluatiecommissie of CvdM later oordeelt dat ON! onvoldoende samenwerkt, is dit het tegenbewijs: ON! stelde concrete oplossingen voor, de NPO wees alles af.
Juridische kans — driedubbbele druk: De NPO legt ON! drie vormen van druk tegelijk op: (1) verplichte tweemaandelijkse rapportage over Ombudsman-aanbevelingen, (2) budgetbeperking (25% minder dan gevraagd), en (3) alleen voorjaarstoekenning — najaar afhankelijk van 'goed gedrag'. Dit is een combinatie van financiële druk en inhoudelijke voorwaarden die geen enkele andere omroep opgelegd krijgt. De Mediawet kent de NPO geen bevoegdheid toe om journalistieke rapportageverplichtingen op te leggen — dat is het domein van het CvdM.
Opvallend — Ombudsman als voorwaarde: De NPO maakt naleving van Ombudsman-aanbevelingen tot formele toekenningsvoorwaarde. Maar Ombudsman-uitspraken zijn niet-bindend en de Ombudsman heeft geen sanctionerend mandaat. Door naleving ervan tot voorwaarde te maken voor plaatsing en budget, geeft de NPO de facto bindende kracht aan niet-bindende aanbevelingen. Dit is ultra vires — de NPO overschrijdt haar mandaat.
Strategisch punt: De rapportage-items (factchecker, training, evaluaties) zijn later door ON! allemaal opgepakt. Dit toont actieve medewerking. Als de NPO of evaluatiecommissie later oordeelt dat ON! onvoldoende verbeterde, is dit de weerlegging: ON! deed exact wat de NPO vroeg. Bewaar alle tussenrapportages als bewijs.
Juridische kans: Deze sanctie is door de NPO zelf ingetrokken op 28 maart 2024. Dat is een zeldzame stap die de onhoudbaarheid ervan bevestigt. Juridisch relevant: als de NPO erkent dat de sanctie niet standhield, rijst de vraag of ON! recht heeft op rehabilitatie en schadevergoeding voor de periode dat de sanctie gold.
Opvallend — Rapport Cliteur: Prof. Cliteur levert academische kritiek op de methodologie van de Ombudsman — niet alleen op de conclusies, maar op het beoordelingskader zelf. Dit is vernietigend: als de methode niet deugt, vallen alle conclusies die erop gebaseerd zijn. Dit raakt niet alleen deze sanctie maar het gehele Ombudsman-traject.
Procedurefout: De 'weerlegde voorbeelden' documenteren feitelijke onjuistheden in het Ombudsman-rapport. Als de Ombudsman feitelijk aantoonbaar onjuiste bevindingen heeft gedaan, en de NPO heeft daarop gesanctioneerd, is dat een ernstig zorgvuldigheidgebrek.
Patroon: Dit is de tweede keer dat de NPO sanctioneert op basis van niet-bindende Ombudsman-rapporten, terwijl de wettelijke toezichthouder (CvdM) dit juist niet doet. De NPO treedt hiermee structureel buiten haar rol.
Juridische kans — NPO als quasi-toezichthouder: De NPO beoordeelt ON! op 5 criteria die zij zelf heeft opgesteld bij de toekenning. Maar de wettelijke toezichthouder op journalistieke kwaliteitseisen is het CvdM (art. 2.1 Mw), niet de NPO. Door ON! inhoudelijk te beoordelen op criteria als 'voldoen aan journalistieke kwaliteitseisen' en 'Ombudsman-verbeterpunten nakomen', treedt de NPO buiten haar coördinerende rol. De staatssecretaris bevestigt dit later: toetsing aan de Journalistieke Code is geen NPO-bevoegdheid.
Opvallend — diversiteitseisen: De NPO verwijt ON! dat zij weigert bij te dragen aan streefdoelen voor gender en biculturaliteit (criterium 6 Genrebeleidsplan). ON! stelt dat dit in strijd is met haar redactionele autonomie. Interessant is dat de NPO erkent dat ON! zich op 21 september 2022 per e-mail aan het Genrebeleidsplan heeft geconformeerd — maar ON! betwist de invulling, niet het plan zelf. Dit nuanceverschil is juridisch relevant: conformeren aan het plan is niet hetzelfde als akkoord gaan met elke invulling die de NPO eraan geeft.
Patroon — opbouw naar intrekking: Deze brief is gedateerd 20 februari 2023. Precies twee maanden later (24 april 2023) dient de NPO het intrekkingsverzoek in bij de staatssecretaris, met deze brief als bijlage 2. De conclusie 'onvoldoende op alle criteria' was dus functioneel: het creëerde de papieren basis voor het intrekkingsverzoek. De snelheid waarmee dit escaleerde (rapportage → negatieve beoordeling → intrekking in 4 maanden) wijst op een vooraf uitgestippeld traject, niet op een zorgvuldige belangenafweging.
GfK-metingen als wapen: De NPO gebruikt GfK-metingen van 'publieke waarde' om te onderbouwen dat ON! de laagste score heeft. Maar publieke waarde-metingen zijn geen wettelijk criterium voor plaatsing of erkenning. Het inzetten van populariteitsmetingen tegen een jonge aspirant-omroep met een controversieel profiel is methodologisch twijfelachtig en mogelijk discriminerend: een omroep die bewust een ander geluid laat horen, zal per definitie lager scoren bij het mainstream publiek.
Strategisch punt: Deze brief toont dat de NPO systematisch elk argument aangreep om ON! negatief te beoordelen. Bewaar als bewijs van het escalatiepatroon: voorwaarden stellen → negatief beoordelen → sanctioneren → intrekking verzoeken. Alles binnen 5 maanden.
Dit is hét sleuteldocument van het dossier. Het CvdM — de wettelijke toezichthouder — wijst het handhavingsverzoek van de NPO op alle punten af. Het besluit bevat vier argumenten:
1. Last onder dwangsom niet formuleerbaar (rn 33): Het CvdM stelt dat een dwangsom voor 'naleving journalistieke kwaliteitseisen' niet helder en concreet genoeg kan worden geformuleerd. Het rechtszekerheidsbeginsel vereist dat de betrokkene weet wat gedaan of nagelaten moet worden. Dit argument raakt de kern: als zelfs het CvdM geen concrete norm kan formuleren, hoe kan de NPO dan sanctioneren op dezelfde grondslag?
2. Onevenredige samenloop (rn 34-35): Het CvdM constateert dat de NPO al twee sancties heeft opgelegd plus een derde voornemen, alle (mede) gebaseerd op journalistieke kwaliteitseisen en Ombudsman-rapporten. Het evenredigheidsbeginsel (art. 3:4 Awb) en het samenloopverbod (art. 5:8 Awb) verzetten zich tegen cumulatie. ON! zou zich dan bij twee verschillende instanties tegen dezelfde overtreding moeten verweren.
3. Artikel 10 EVRM — persvrijheid (rn 36): Het CvdM erkent expliciet dat handhavend optreden een inmenging is in de vrijheid van meningsuiting. Omdat de NPO al sanctioneert en een derde sanctie voorbereidt, zou aanvullend CvdM-optreden in strijd kunnen komen met het EVRM.
4. NPO is eerst aan zet (rn 37): Het CvdM stelt zich terughoudend op omdat de NPO een wettelijke taakopdracht heeft. De NPO is als sturings- en samenwerkingsorgaan primair verantwoordelijk voor het aanspreken van omroepen op journalistieke kwaliteit.
Bonus — haatzaaien afgewezen (rn 41-42): Het CvdM wijst het haatzaai-verwijt van de NPO af. Art. 2.88 lid 5 Mw gaat over preventieve maatregelen, niet over inhoudelijke beoordeling. Of media-aanbod aanzet tot haat is voorbehouden aan de strafrechter en het OM. De NPO berust op een onjuiste uitleg van de Mediawet.
Bonus — zendtijd politieke partijen afgewezen (rn 38-40): De NPO onderbouwt onvoldoende waarom ON! afd. 6.1.1 Mw zou overtreden. Het CvdM merkt op dat omroepen met de sprekers die zij uitnodigen hun identiteit en missie weerspiegelen — dat is hun taak.
Cruciaal onderscheid: Het CvdM heeft de NPO-sancties niet inhoudelijk beoordeeld of goedgekeurd. Het CvdM heeft nooit gezegd dat de NPO terecht handhaafde. Het feit dát de NPO handhaafde was simpelweg een reden voor het CvdM om er niet ook nog bovenop te gaan zitten. Dit is een puur procedureel samenloop-argument, geen inhoudelijke goedkeuring van de NPO-sancties.
Het boemerang-effect: Het CvdM zag af van eigen handhaving vanwege de NPO-sancties. De NPO trekt later 2 van 3 sancties in. Daarmee viel de reden weg waarop het CvdM zich passief hield — maar het CvdM greep alsnog niet in. Resultaat: niemand heeft effectief gehandhaafd. Niet het CvdM (samenloop), niet de NPO (sancties ingetrokken), niet de staatssecretaris (intrekking afgewezen). Toch wegen de Ombudsman-rapporten nu zwaar bij de evaluatiecommissie.
Opvallende inconsistentie: In maart 2023 oordeelt het CvdM dat handhaving op basis van Ombudsman-rapporten onevenredig is en de persvrijheid kan schenden. In maart 2026 verwijst hetzelfde CvdM in de brief met 26 tekortkomingen naar 7 Ombudsman-uitspraken als 'bevestiging'. Deze koerswijziging is nergens gemotiveerd.
Strategisch punt voor advocaten: Dit besluit moet centraal staan in elk verweer. Het bevat vier kant-en-klare argumenten van de wettelijke toezichthouder zelf: (a) normen zijn niet concreet formuleerbaar, (b) samenloop is onevenredig, (c) persvrijheid wordt bedreigd, (d) NPO draagt primaire verantwoordelijkheid. Elk van deze vier argumenten geldt onverkort in 2026.
Dit is het kernstuk van het NPO-offensief. Een 18 pagina's tellend juridisch document waarin de NPO haar complete dossier tegen ON! opbouwt. De NPO voert twee gronden aan onder art. 2.33 lid 4 Mw: (a) driemaal gesanctioneerd op grond van art. 2.154, en (b) onvoldoende uitvoering aan de samenwerking. De totale sanctiebedragen tellen op tot €272.048,82.
Juridische kans — détournement de pouvoir: Het CvdM had op 28 maart 2023 — minder dan een maand eerder — het handhavingsverzoek van de NPO afgewezen als disproportioneel. De NPO wendde zich vervolgens tot de staatssecretaris met hetzelfde feitencomplex. Dit is het equivalent van 'forum shopping': als de ene instantie afwijst, de volgende proberen met dezelfde argumenten.
Opvallend — EVRM-analyse: De NPO besteedt twee pagina's aan het weerleggen van ON!'s beroep op art. 10 EVRM (persvrijheid). De NPO citeert een EHRM-zaak over een Moldavische tv-zender om te betogen dat intrekking van een licentie kan dienen om 'betrouwbare journalistiek' te waarborgen. Maar de Moldavische zaak betrof een zender die bewust desinformatie verspreidde voor politieke partijen — een fundamenteel andere situatie dan een aspirant-omroep die de Journalistieke Code anders interpreteert.
Patroon — circulaire argumentatie: De NPO baseert het intrekkingsverzoek op haar eigen sancties. Maar twee van die drie sancties zijn later ingetrokken (mrt 2024). De derde sanctie is nooit inhoudelijk getoetst door een rechter. De grondslag van het verzoek is dus: 'wij hebben ON! driemaal bestraft, en dat bewijst dat ON! niet functioneert'. Dit is circulair: de NPO is zowel aanklager als rechter.
Genreoverleg-uitsluiting: De NPO stelt dat ON! uit het Genreoverleg Journalistiek is gezet omdat andere omroepen niet met ON! willen samenwerken. Maar de NPO zelf faciliteerde dit door het overleg te hervatten zonder ON!. ON!'s bezwaren hiertegen werden 'weerlegd'. Dit toont hoe de NPO ON! isoleerde en die isolatie vervolgens als bewijs van gebrek aan samenwerking presenteerde.
Strategisch punt — alles achteraf gefaald: De staatssecretaris wijst het verzoek af (dec 2023). De NPO trekt 2/3 sancties in (mrt 2024). Het Commissariaat wees eerder handhaving af. Dit document is het hoogtepunt van een escalatielijn die op alle fronten is stukgelopen — maar de argumenten erin worden in 2025-2026 opnieuw opgerakeld door de evaluatiecommissie. Dat is het fundamentele probleem: afgewezen gronden krijgen een tweede leven.
Dit is het tweede sleuteldocument van het dossier. De staatssecretaris wijst het intrekkingsverzoek van de NPO af op beide gronden (A en B) in een zorgvuldig gemotiveerd besluit van 62 pagina's, na hoorzittingen met zowel de NPO als ON! en informatieverzoeken aan alle omroepen.
A-grond (sancties) afgewezen: De staatssecretaris concludeert dat de drie NPO-sancties onvoldoende basis bieden voor intrekking van de erkenning. Cruciaal: de staatssecretaris stelt dat toetsing van het opinieprogramma Ongehoord Nieuws aan de Journalistieke Code NPO een inhoudelijke beoordeling is waartoe de NPO niet bevoegd is. Bovendien behoort toezicht op journalistieke kwaliteitseisen (art. 2.1 lid 2 sub e Mw) niet tot de taken van de NPO maar tot het CvdM. Hierdoor vallen in wezen twee van de drie sancties weg.
B-grond (samenwerking) afgewezen: De staatssecretaris toetst vijf aspecten van samenwerking en concludeert dat er een 'gemengd beeld' ontstaat, maar geen sprake is van een zeer manifest en structureel gebrek aan samenwerkingsbereidheid. ON! heeft beterschap beloofd, concrete stappen gezet, en is een relatief jonge omroep die ook de tijd moet krijgen.
Juridische kans — kan-bepaling: De staatssecretaris benadrukt dat art. 2.33 lid 4 Mw een kan-bepaling is met ruime discretionaire bevoegdheid. Zelfs als er juridisch voldoende gronden zouden zijn, kunnen maatschappelijke en politieke belangen (pluriformiteit, weerspiegelingsbeginsel, bescherming minderheidsvisies) alsnog tot afwijzing leiden.
ON! zienswijze (11 dec 2023): ON! onderschrijft het voorgenomen besluit op hoofdlijnen maar vraagt om aanscherping: (a) het beoordelingskader moet ook maatschappelijke belangen betrekken (art. 2.1 Mw), niet alleen legalistische; (b) ON! is niet op eigen initiatief verwijderd uit het Genreoverleg maar op initiatief van de NPO; (c) de uitingen richting de Ombudsman en NPO zijn legitieme kritiek, geen aantasting van het bestel.
Het boemerang-effect — compleet plaatje: De staatssecretaris (bevoegde autoriteit) ziet geen grond voor intrekking. Het CvdM achtte eigen optreden disproportioneel. De NPO trekt later 2/3 sancties in. Alle drie routes die de NPO bewandelde zijn doodgelopen. Dit feit ondermijnt fundamenteel het gewicht dat de evaluatiecommissie nu aan dezelfde gronden toekent.
Juridische kans — schending fair play: Het CvdM begon in oktober 2023 met het monitoren van uitzendingen, maar informeerde ON! pas in januari 2025 — 15 maanden later. Dit is een schending van het fair play-beginsel (een van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur). Een toezichthouder die heimelijk monitort zonder de betrokkene te informeren, handelt in strijd met de transparantieverplichting.
Opvallend — selectief toezicht: De monitoring richtte zich specifiek op Ongehoord Nieuws. Worden uitzendingen van andere omroepen (WNL, BNNVARA, KRO-NCRV) op dezelfde manier gemonitord? Als dat niet het geval is, is er sprake van ongelijke behandeling en mogelijk discriminatoir toezicht.
Procedurefout: Door ON! niet te informeren, heeft het CvdM ON! de mogelijkheid ontnomen om tijdens de monitoringsperiode verbeteringen door te voeren. Dit druist in tegen het proportionaliteitsbeginsel: een toezichthouder moet de minst belastende weg kiezen, en dat is informeren en bijsturen vóór sanctioneren.
Bewijsrechtelijk argument: Bewijs dat is verzameld zonder dat de betrokkene hiervan op de hoogte was, kan in een bestuursrechtelijke procedure worden aangevochten. Overweeg een beroep op het nemo tenetur-beginsel en het recht op een eerlijk proces (art. 6 EVRM).
Context: Het CvdM voerde in 2023 drie sectoronderzoeken tegelijk uit: betrouwbaarheid journalistiek, belangenverstrengeling en WNT/BPPO-naleving. Het CvO — het collectief van álle omroepen — maakt zich zorgen dat het CvdM procesafspraken schendt door conclusies toe te voegen die verder gaan dan een neutrale inventarisatie.
Relevantie voor ON!: Dit is niet alleen een ON!-kwestie — het hele bestel verzet zich. Het CvO schrijft namens alle omroepen, inclusief NOS, BNNVARA, EO, etc. De gezamenlijke onvrede over de werkwijze van het CvdM bevestigt het patroon: het CvdM overschrijdt zijn mandaat niet alleen richting ON!, maar richting de hele sector. ON! is weliswaar het voornaamste doelwit, maar de weerstand is breed.
Bewijswaarde: De email documenteert dat er procesafspraken bestonden (geen waardeoordeel, geen casuïstiek, vooraf afstemming) en dat het CvdM deze dreigde te schenden. Als het CvdM daarna toch casuïstiek of waardeoordelen publiceerde, is dit bewijs van gebroken afspraken.
Bijzonder document: De NPO — die zelf sancties tegen ON! heeft opgelegd — staat hier zij aan zij met het CvO tegenover het CvdM. Dit is het enige moment in het dossier waar NPO en omroepen gezamenlijk de toezichthouder aanspreken op mandaatoverschrijding. Leeflang en Lock ondertekenen samen.
Juridische relevantie: Het procesvoorstel vraagt expliciet om 'toetsing aan het wettelijk mandaat' van het CvdM. Dit bevestigt dat de hele sector — niet alleen ON! — vraagtekens zet bij de bevoegdheid van het CvdM om proactief sectorbreed onderzoek te doen naar journalistieke betrouwbaarheid en belangenverstrengeling. Als de NPO zelf erkent dat het CvdM te ver gaat, dan is de claim van ON! dat het toezicht disproportioneel is des te sterker.
Strategisch: Bewaar dit als bewijs dat de NPO zelf de reikwijdte van CvdM-toezicht betwistte. Als de NPO later CvdM-rapporten of -conclusies inroept tegen ON!, kan dit document worden aangevoerd als inconsistentie.
CvdM-positie: Het CvdM verdedigt zich door te stellen dat het 'open normen nader invult' — een inherente bevoegdheid van een toezichthouder. Het presenteert het onderzoek als 'nulmeting' zonder consequenties. In de praktijk worden conclusies echter wél gebruikt voor publicatie en reputatie-effecten, waardoor het label 'nulmeting' misleidend is.
Juridisch spanningsveld: De brief claimt dat 'het CvO niet begrijpt' hoe de bezwaren zich verhouden tot de constructieve dialoog. Dit is een framing-strategie: door de dialoog als geslaagd te presenteren, worden de CvO-bezwaren gebagatelliseerd. De brief erkent tegelijkertijd dat het CvdM wél normen verruimt (naar externe opdrachtnemers) — precies het punt dat het CvO aanvecht.
Relevantie voor ON!: De CvdM-strategie van 'proactief en risicogestuurd toezicht' is dezelfde strategie die later wordt ingezet voor de monitoring van ON!-uitzendingen (okt 2023 – sep 2024). Het patroon: eerst sectorbreed en neutraal presenteren, dan selectief inzetten tegen specifieke omroepen.
Veelbetekenende zin: Asante schrijft dat het procesvoorstel van CvO en NPO een 'parallel traject' is 'dat geen invloed heeft op de planning van toezichtonderzoeken'. Vertaling: het CvdM trekt zich niets aan van de bezwaren van de sector en publiceert gewoon door. Dit ontkracht het beeld van een 'constructieve dialoog' dat het CvdM in de brief van 14 november schetste.
Publicatiestrategie: Drie onderzoeken in één week (24, 28 en 30 november) is geen toeval maar een bewuste communicatiestrategie. Door alles tegelijk te publiceren wordt de impact gemaximaliseerd en hebben omroepen geen tijd om per onderzoek adequaat te reageren.
Opvallend — toon: Asante spreekt waardering uit voor het 'eerlijke en open gesprek' met Lock, maar handelt er niet naar. De procesafspraken worden genegeerd, de publicatieplanning staat vast. Dit is een patroon: consultatie als formaliteit, niet als reëel overleg.
Hardnekkig verzet: Na de afwijzing door Asante op 21 november ('parallel traject') proberen NPO en CvO het opnieuw met een herzien voorstel. Dit toont de ernst van het conflict: de sector geeft niet op. Het voorstel is constructiever geformuleerd maar houdt vast aan de kern: de toezichthouder moet zijn mandaat herijken.
Vier thema's: De vier genoemde toezichtthema's — betrouwbare journalistiek, gedrag en cultuur, doelmatigheid, en integriteit/belangenverstrengeling — zijn exact de thema's waarop ON! later wordt aangepakt. Dit document bewijst dat de hele sector bezwaren had tegen de CvdM-aanpak op deze thema's, niet alleen ON!.
Opvolgvraag: Is deze werkgroep ooit daadwerkelijk tot stand gekomen en heeft het traject geleid tot afspraken in Q1 2024? Als dat niet het geval is, heeft het CvdM de bezwaren van NPO en CvO structureel genegeerd — terwijl het tegelijkertijd wél doorging met het opbouwen van een dossier tegen specifieke omroepen.
Juridische kans — erkenning onrechtmatigheid: Twee van drie sancties zijn door de NPO zelf ingetrokken. Dit is feitelijk een erkenning dat deze sancties onrechtmatig waren. Er is daarmee potentieel grond voor schadevergoeding op basis van onrechtmatige daad (art. 6:162 BW).
Opvallend — geen schriftelijke bevestiging: De intrekking van sanctie 2 en 3 is mondeling medegedeeld aan ON! en nooit schriftelijk bevestigd. ON! heeft nooit een formele intrekkingsbrief ontvangen. De NPO bevestigde de intrekking uitsluitend via de media (Villamedia). Dit is procedureel opmerkelijk: een bestuursrechtelijk besluit (sanctie) wordt ingetrokken zonder schriftelijke vastlegging aan de betrokkene. Dit kan relevant zijn als de NPO of evaluatiecommissie later toch gewicht toekent aan deze sancties.
Scorekaart: Van de drie sancties: 1 geaccepteerd (pragmatisch, na intrekking van de zwaardere), 2 ingetrokken. Van de drie routes die de NPO bewandelde: CvdM verwierp de grondslag, staatssecretaris verwierp het intrekkingsverzoek, NPO trok zelf de sancties in. De NPO heeft op alle fronten verloren.
Aandachtspunt: Het 'staken van verzet' tegen sanctie 1 moet juridisch worden gekwalificeerd. Dit is géén erkenning van schuld of juistheid — het is een pragmatische keuze. Leg dit vast in een verklaring of brief, zodat het later niet als erkenning kan worden uitgelegd.
Strategisch punt: Het ontbreken van een formele intrekkingsbrief versterkt het argument van willekeur. Formele sancties opleggen, maar informeel intrekken via de media — dat is geen zorgvuldig bestuur.
Cruciaal bewijs — oneigenlijk gebruik: Margo Smit bevestigt in dit gesprek dat zij het 'niet zo lekker' vond dat de NPO eerder Ombudsman-rapporten heeft ingezet voor andere doeleinden dan waarvoor ze bedoeld waren. Dit is een erkenning door de Ombudsman zelf dat haar rapporten zijn misbruikt in het sanctietraject tegen ON!. Bewaar dit transcript als bewijs.
Taakafbakening: Smit verwijst ON! herhaaldelijk door naar het CvO en de wetgever voor vragen over de taak en reikwijdte van de Ombudsman. Zij zegt: 'dat gesprek kan je met ons niet voeren, dat moet je voeren met degene die die taak aan ons hebben gegeven.' Dit is relevant: als de Ombudsman zelf erkent dat haar taakafbakening niet bij haar maar bij het CvO ligt, dan is elke uitbreiding van die taak die niet via het CvO loopt, potentieel onbevoegd.
Visitatiecommissie-link: Vlemmix constateert dat de visitatiecommissie zwaar leunt op Ombudsman-rapporten uit 2022. Smit zegt dat die rapporten 'staan voor wat ze staan' maar erkent dat zij niet kan instaan voor wat een ander ermee doet. Dit is de kern: rapporten die als 'advies' bedoeld zijn, worden als 'bewijs' ingezet door NPO en visitatiecommissie — precies het oneigenlijke gebruik dat Smit zelf bekritiseert.
Klachtaantallen: Smit erkent dat ON! van 1800 klachten (2022) naar 95 is gedaald, maar frameert het als 'relatief hoog voor de hoeveelheid zendtijd'. De Ombudsman meet met twee maten: absolute daling negeren, relatieve maat benadrukken. De NOS heeft 256 klachten bij veel meer zendtijd, maar wordt niet als 'relatief hoog' gepresenteerd.
Juridische kans: ON! verneemt hier voor het eerst — na 15 maanden — van de monitoring. Het beginsel van fair play vereist dat een toezichthouder tijdig informeert. Het CvdM had ON! bij aanvang moeten informeren, zodat ON! desgewenst maatregelen kon treffen.
Opvallend — timing: Dit gesprek valt samen met de start van de visitatiecommissie-procedure. Er lopen nu drie parallelle trajecten: CvdM-monitoring, CvdM-handhaving, en de visitatie-evaluatie. Alle drie belasten ON! gelijktijdig met dezelfde thematiek. Dit is een disproportionele samenloop die ON!'s positie onnodig verzwakt.
Aandachtspunt: Maak een gespreksverslag en laat dit bevestigen. Mondelinge mededelingen van een toezichthouder moeten worden vastgelegd om later als bewijs te dienen.
Juridische kans — selectief toezicht: Het CvdM heeft een speciaal 'Projectteam Toezicht Naleving Journalistieke Kwaliteitseisen' opgericht. De cruciale vraag: bestaat dit projectteam ook voor andere omroepen? Zes omroepen ontvingen vergelijkbare vragen, maar de brief is specifiek gericht op ON! met verwijzing naar verscherpt toezicht (brieven aug/okt 2024). Als het verscherpte toezicht alleen ON! betreft, is dat selectieve handhaving.
Opvallend — omvang en detail: De 8 vragen zijn extreem gedetailleerd: van aanstellingseisen voor medewerkers tot trainingsbeleid, van broncontrole tot foutherstelprocedures. Het College van Hoofdredacteuren kwalificeert dit 4 maanden later als een inbreuk op de journalistieke vrijheid. De vragen behandelen journalistieke deontologie als ware het compliance-regels uit de financiële sector — precies wat de hoofdredacteuren bekritiseren.
Bevoegdheidsvraag: Het CvdM baseert zich op art. 2.1 lid 2 sub e Mediawet (journalistieke kwaliteitseisen) en art. 2.88 (redactiestatuut). Maar de Mediawet waarborgt ook de onafhankelijkheid van programma-inhoud. Het vragen naar specifieke werkprocessen, broncontrole en factchecking raakt aan de redactionele autonomie. De grens tussen procedureel toezicht en inhoudelijke bemoeienis wordt hier overschreden.
Strategisch punt: De reactietermijn van slechts 3 weken voor 8 complexe vragen is onredelijk kort. Combineer dit document met de brief van het College van Hoofdredacteuren (18 aug 2025) als bewijs dat het CvdM structureel de grenzen van zijn toezichtmandaat opzoekt.
Juridische kans: ON! onderbouwt haar werkwijze aan de hand van de Journalistieke Code NPO en de Code van Bordeaux. Dit is strategisch sterk: het toont aan dat ON! niet buiten kaders opereert, maar binnen de door het bestel zelf vastgestelde normen werkt.
Opvallend: Als ON! kan aantonen dat zij dezelfde Journalistieke Code naleeft als alle andere omroepen, verschuift de bewijslast: het CvdM moet dan aantonen waarom ON! anders wordt behandeld bij identieke normering.
Aandachtspunt: Bewaar bewijs van alle interne procedures, redactievergaderingen, en kwaliteitscontroles. Dit materiaal is cruciaal als het CvdM stelt dat de werkwijze niet voldoet.
Juridische kans — zeer sterk bewijs: Dit is goud voor ON!'s verweer. Het is niet ON! die klaagt over het CvdM-toezicht — het zijn alle zes publieke omroepen via hun hoogste journalistieke vertegenwoordigers. Het College van Hoofdredacteuren stelt onomwonden dat het CvdM: (1) de journalistieke onafhankelijkheid ondermijnt, (2) de persvrijheid ondergaaft, en (3) een gevaarlijk precedent schept. Als de gehele sector zich keert tegen de werkwijze van het CvdM, versterkt dat ON!'s positie dat het niet om een ON!-specifiek probleem gaat, maar om een structureel bevoegdheidsoverschrijding door het CvdM.
Opvallend — columnist-verbod: De hoofdredacteuren noemen expliciet dat het CvdM een columnist van ON wil verbieden nog columns te schrijven. Dit is een directe ingreep in de redactionele autonomie die zelfs het College als 'ernstige inbreuk op de persvrijheid' kwalificeert. Dit punt is bijzonder krachtig in een juridische procedure: een toezichthouder die dicteert wie wel of niet mag schrijven, overschrijdt evident het mandaat van mediarechtelijk toezicht.
Strategisch punt: Gebruik deze brief als centraal bewijsstuk in elk verweer tegen CvdM-handhaving op journalistieke kwaliteit. De brief toont aan dat de bezwaren van ON! niet uniek of overdreven zijn, maar sectorbreed worden gedeeld. Citeer deze brief in het normoverdragend gesprek. Overweeg ook om de Raad voor de Journalistiek en de Nederlandse Vereniging van Journalisten als medestanders te benaderen — als het College van Hoofdredacteuren al zo ver gaat, is bredere sectorsteun haalbaar.
Juridische kans — methodologische kwetsbaarheid: 26 tekortkomingen in 9 van 10 uitzendingen. Dat is een opvallend hoog percentage (90%). Dit roept de vraag op of het beoordelingskader zo streng is dat elke nieuwsuitzending er niet aan zou voldoen. Test dit: pas hetzelfde kader toe op uitzendingen van andere omroepen en documenteer de resultaten. Als daar vergelijkbare 'tekortkomingen' in zitten, valt de selectiviteit van het CvdM-optreden weg.
Opvallend — cirkelredenering: Het CvdM verwijst naar 7 Ombudsman-uitspraken als 'bevestiging'. Maar in 2022–2023 achtte hetzelfde CvdM eigen handhaving op basis van Ombudsman-rapporten niet nodig. Nu gebruikt het CvdM latere Ombudsman-uitspraken wél als onderbouwing voor een eigen handhavingstraject. De koerswijziging is ongemotiveerd.
Procedurefout — aselecte steekproef? Als de monitoring 'aselect' was, hoe verklaart het CvdM dan dat 9 van 10 uitzendingen tekortkomingen bevatten? Ofwel de steekproef was niet aselect, ofwel het beoordelingskader is zo ruim geformuleerd dat bijna alles eronder valt. Beide scenario's ondermijnen de conclusie.
Strategisch punt: Dit is stap 1 van 5 in de handhavingspiramide. Het normoverdragend gesprek is de kans om al deze kwetsbaarheden op tafel te leggen voordat het CvdM escaleert naar stap 2 (waarschuwing).
Juridische kans: Dit is het cruciale moment om de verweren op tafel te leggen. Het CvdM is formeel verplicht om de zienswijze van ON! mee te wegen voordat het escaleert. Een goed voorbereid verweer kan de escalatie stoppen.
Voorbereidingspunten voor advocaten:
1. Inconsistentie CvdM: In 2022–2023 oordeelde het CvdM dat Ombudsman-rapporten 'niet passend en disproportioneel' waren als handhavingsgrond. Nu verwijst het CvdM naar diezelfde bron. Vraag het CvdM om deze koerswijziging te motiveren.
2. Fair play-schending: 15 maanden heimelijk monitoren zonder ON! te informeren schendt de beginselen van behoorlijk bestuur.
3. Selectief toezicht: Is het Projectteam ook actief voor andere omroepen? Zo nee, ongelijke behandeling.
4. Redactionele autonomie: De brief van het College van Hoofdredacteuren bevestigt sectorbreed dat het CvdM de grens van inhoudelijke bemoeienis nadert.
5. Track record: Geen enkele instantie heeft succesvol gehandhaafd op basis van Ombudsman-rapporten: het CvdM achtte eigen optreden disproportioneel, de staatssecretaris wees intrekking af, de NPO trok 2/3 sancties in. Het patroon wijst op structureel onhoudbare maatregelen tegen ON!.
Context — sectorbreed verzet: Dit is de tweede CvO-brief over het belangenverstrengeling-onderzoek (na 10 feb 2023). Het CvO — het collectief van álle omroepen — protesteert nu na ontvangst van de concept-rapportages. Dit is niet ON! alleen; het hele bestel verzet zich tegen de werkwijze van het CvdM. Lock schrijft namens alle omroepen, inclusief NOS, BNNVARA, EO, etc.
Juridisch kernpunt — normstelling vs. toezicht: Het CvO stelt dat het CvdM zijn rol als toezichthouder overschrijdt door zelf normen te formuleren. De Beleidsregels bevatten het 'wat' (de norm), de Gedragscode het 'hoe' (de uitwerking). Het 'hoe' invullen is bij de totstandkoming van de Beleidsregels uitdrukkelijk aan omroepen en NPO gelaten. Als het CvdM nu zelf het 'hoe' gaat invullen via concept-rapportages, handelt het ultra vires. Dit argument is later direct bruikbaar in ON!'s bezwaar tegen de sanctiebeschikking (sep 2025), waar het CvdM de Handreiking als toetsingskader gebruikt.
Opvallend — één melding, breed onderzoek: Het CvO constateert dat het hele sectoronderzoek (60 vragen, twee vraaggesprekken per omroep) is gestart naar aanleiding van slechts één melding. Dit roept vragen op over proportionaliteit en doelmatigheid. Als het CvdM op basis van dit brede onderzoek vervolgens individuele omroepen (zoals ON!) sanctioneert, is het verweer dat het onderzoek disproportioneel was des te sterker.
Strategisch punt: Bewaar deze brief als bewijs dat: (a) de bezwaren tegen het belangenverstrengeling-onderzoek niet van ON! alleen kwamen maar van het hele CvO, (b) de concept-rapportages nieuwe normen introduceerden die niet in wet- of regelgeving zijn verankerd, (c) het CvdM de invulling van het 'hoe' naar zich toetrok terwijl dit bij omroepen en NPO ligt. Dit ondermijnt de juridische basis van de latere sanctiebeschikking van 18 september 2025.
Context: Deze handreiking is het resultaat van het CvdM-onderzoek naar belangenverstrengeling bij álle publieke mediaorganisaties in 2023. Het document stelt geen specifieke overtredingen vast maar formuleert algemene verwachtingen en goede praktijkvoorbeelden. Het is een 'pas toe of leg uit'-document, geen sanctie-instrument.
Juridische relevantie voor ON!: Het CvdM gebruikt deze handreiking later als toetsingskader bij de sanctiebeschikking tegen ON! inzake De Nooijer (sep 2025). Maar let op de tijdlijn: de handreiking dateert van 30 november 2023, de casus De Nooijer speelt vanaf januari 2024 (uitzending 30 jan 2024). De vraag is of ON! redelijkerwijs al beleid kon hebben gebaseerd op een handreiking die pas net was gepubliceerd. Bovendien stelt de handreiking zelf dat de voorbeelden 'niet uitputtend' zijn en dat mediaorganisaties op basis van hun eigen professionele oordeel invulling mogen geven.
Opvallend — risk-based benadering: De handreiking benadrukt dat verwachtingen proportioneel moeten zijn: de mate van toepassing wordt bepaald door de risico's van de specifieke organisatie. Een kleine aspirant-omroep als ON! met beperkte middelen en een klein team heeft per definitie minder formalisering nodig dan de NPO of NOS. Als het CvdM dezelfde verwachtingen hanteert voor ON! als voor grote organisaties, handelt het in strijd met zijn eigen handreiking.
Strategisch punt: Gebruik de handreiking als verdediging: ON! heeft na publicatie maatregelen genomen (interne regeling opgesteld, bewustwording vergroot). De handreiking zelf erkent dat het voorkomen van belangenverstrengeling een doorlopend proces is, niet een eenmalige actie. Het CvdM kan moeilijk sanctioneren op basis van een handreiking die het zelf als 'ondersteunend middel' kwalificeert.
Twee sporen, twee gradaties. Het rapport onderscheidt twee wezenlijk verschillende casussen. Bij Klever/Van Winkoop concludeert het CvdM 'in ieder geval de schijn van belangenverstrengeling' – maar kan géén daadwerkelijke belangenverstrengeling vaststellen. Dat is een belangrijk nuanceverschil: de moeder-dochterrelatie was intern bekend, contracten werden deels door andere bestuurders (Karskens) ondertekend, en ON! stelt dat besluiten gezamenlijk werden genomen. Bij De Nooijer gaat het CvdM een stap verder: hier wordt wél daadwerkelijke belangenverstrengeling vastgesteld omdat hij als presentator een onderwerp uit zijn eigen politieke praktijk aanhaalde (uitzending 30 jan 2024 over Huisvestingsverordening Oldebroek).
Kwetsbaar punt: compliance-verklaringen. Zowel Van Winkoop als Klever beantwoordden de compliance-vraag over te melden zaken in 2022 en 2023 met 'nee' – terwijl de begeleidende tekst uitdrukkelijk over belangenverstrengeling ging. De Nooijer deed hetzelfde. Dit ondermijnt ON!'s verweer dat men transparant was.
Verweer ON!: (a) art. 2.178 Mediawet gaat over deugdelijke administratie, niet over belangenverstrengeling; (b) Beleidsregel niet rechtstreeks verbindend; (c) Handreiking introduceerde achteraf nieuwe normen; (d) besluiten werden gezamenlijk genomen; (e) CvdM had eerder moeten aanspreken in plaats van direct boete. Dit verweer wordt in het sanctievoornemen systematisch weerlegd.
Basisboete €45.000, verlaagd naar €40.000. Het CvdM berekent twee basisboetes: €27.500 (art. 2.178, Categorie C, Zwaarte III 'zeer ernstig') en €17.500 (art. 2.88, Categorie A, Zwaarte I 'licht'). Totaal €45.000. Boeteverhogend: ON! was in 2023 al gewezen op gebrekkige beheersing. Boeteverlagend: ON! heeft sindsdien stappen gezet in formalisering. Resultaat: €40.000.
Juridische grondslag belangenverstrengeling. ON! en Klever betogen dat art. 2.178 gaat over financiële administratie en niet over belangenverstrengeling, en dat de Beleidsregels geen rechtstreeks verbindende normen opleveren. Het CvdM weerlegt dit: art. 2.5 van de Beleidsregel spreekt over 'elke vorm' van belangenverstrengeling, en de Handreiking heeft geen nieuwe normen geïntroduceerd maar bestaande verduidelijkt.
Redactiestatuut-overtreding (De Nooijer). Art. 5.2 Redactiestatuut ON verbiedt directe binding met een politieke groepering anders dan een lidmaatschap. De Nooijer was fractievoorzitter/partijvoorzitter CVO – dat gaat verder dan lidmaatschap. ON! stelt dat presentatoren geen 'redactie' zijn, maar het CvdM acht de presentator van een live opinieprogramma onderdeel van de redactie (art. 3.1 Redactiestatuut).
Eerste bestuurlijke boete ooit voor ON! wegens belangenverstrengeling. Het CvdM erkent dat ON! niet eerder een boete heeft gehad, maar kiest toch voor directe beboeting in plaats van informele handhaving. Reden: de aanbevelingen uit 2023 hebben onvoldoende effect gehad, de overtredingen zijn sinds 2023 gaande en deels voortdurend.
Neutraliteitsargument is strategisch belangrijk. Külcü opent met een frontale aanval op de neutraliteit van het CvdM: voorzitter Asante zou lid zijn van BIJ1, en het voormalig hoofd Handhaving & Bezwaar werkte eerder bij Vluchtelingenwerk. Dit raakt aan het bredere verweer van ON! dat de toezichthouder bevooroordeeld is. In de latere sanctiebeschikking gaat het CvdM hier niet inhoudelijk op in – wat voor de bezwaarprocedure relevant kan zijn.
De Nooijer's verweer. De Nooijer stelt: (a) hij heeft van begin af aan transparant gemaakt dat hij gemeenteraadslid en partijvoorzitter was; (b) het bestuur + Vlemmix bespraken dit met de NPO die het geen probleem vond; (c) hij heeft nooit beelden van zichzelf als gemeenteraadslid in een uitzending laten zien; (d) de redactie beslist altijd over de inhoud, niet hij. Dit is een feitelijk dispuut: het CvdM stelt juist dat wél een fragment werd getoond waarin De Nooijer het woord voert als raadslid over de Huisvestingsverordening Oldebroek.
Schriftelijke zienswijze. Külcü overhandigt ter zitting een schriftelijke zienswijze die het CvdM niet vooraf had ontvangen. Na schorsing werd de zienswijze mondeling toegelicht. Het CvdM behield zich het recht voor om later nadere vragen te stellen.
Dit is het centrale sanctiedocument in het belangenverstrengeling-dossier. De sanctiebeschikking bevat alle conclusies, de beoordeling van zienswijzen, en de definitieve boeteberekening. Het is 26 pagina's met 98 genummerde randnummers plus drie bijlagen (juridisch kader, onderzoeksrapport, verslagen hoorzittingen).
Casus Klever/Van Winkoop – nuancering ten opzichte van voornemen. Het CvdM handhaaft dat in ieder geval de schijn van belangenverstrengeling is ontstaan, maar kan op basis van de feiten en bevindingen niet concluderen dat sprake is van daadwerkelijke belangenverstrengeling (rn. 54). Belangrijk: het punt over aanstelling Van Winkoop als Zakelijk Directeur per 1 juli 2024 wordt níet ten grondslag gelegd aan de overtredingen (rn. 53). ON!'s verweer dat Klever enkel administratief tekende wordt weerlegd: uit notulen blijkt feitelijke betrokkenheid bij besluitvorming over haar dochter.
Casus De Nooijer – daadwerkelijke belangenverstrengeling bevestigd. Het CvdM oordeelt dat De Nooijer zijn positie als presentator gebruikte om zijn politieke standpunt te uiten over de Huisvestingsverordening Oldebroek (rn. 60). Het verweer dat de gemeenteraadsvergadering pas ná de uitzending plaatsvond klopt feitelijk niet volgens het CvdM (rn. 66). De registratie in openbare registers en compliance-verklaring is onvoldoende: de meeste kijkers raadplegen dat register niet (rn. 69).
Redactiestatuut-overtreding definitief. ON! stelt dat presentatoren geen onderdeel zijn van de redactie. Het CvdM verwerpt dit: het Redactiestatuut definieert de redactie als degenen die als journalist zijn aangesteld én/of anderszins als journalist onder directe verantwoordelijkheid van de hoofdredacteur functioneren (art. 3.1). De presentator van een live opinieprogramma valt hieronder (rn. 85).
Aanvalspunten voor bezwaar. (a) Neutraliteit CvdM (Asante/BIJ1); (b) geen eerdere aanspraak – directe beboeting disproportioneel; (c) Beleidsregel niet rechtstreeks verbindend voor beboeting; (d) punt Zakelijk Directeur Van Winkoop is al gesneuveld (rn. 53); (e) art. 2.142a Mediawet: kleine omroepen mogen sober/doelmatig inrichten; (f) overtreding redactiestatuut inmiddels gestaakt door aanpassing statuut; (g) twee boetes voor deels zelfde feitencomplex – samenloop art. 5:43 Awb.
Juridisch zeer problematisch — onschuldpresumptie: Asante spreekt van een 'veroordeelde medewerker' terwijl hoger beroep loopt. In het Nederlandse strafrecht geldt de onschuldpresumptie (art. 6 lid 2 EVRM): zolang een uitspraak niet onherroepelijk is, mag niet worden gesproken van een veroordeling. Een toezichthouder die op basis van een niet-onherroepelijk vonnis eist dat een medewerker wordt ontslagen, schendt dit fundamentele rechtsbeginsel.
Grensoverschrijdend — inmenging personeelsbeleid: Het CvdM heeft geen bevoegdheid om individuele personeelsbeslissingen te dicteren aan omroepen. Het verzoek om 'per direct afscheid te nemen' van een medewerker gaat ver buiten het toezichtmandaat. Dit is vergelijkbaar met een belastinginspecteur die een bedrijf belt om een specifieke werknemer te ontslaan — dat is geen toezicht maar ongeoorloofde inmenging in de interne organisatie.
Opvallend — informele druk: Asante belt persoonlijk in plaats van een formele brief te sturen. Dit past in een patroon: door telefonisch druk uit te oefenen ontstaat er geen papieren spoor. Het feit dat Vlemmix hiervan onmiddellijk een gespreksverslag maakt, is strategisch verstandig. De 'geagiteerde toon' en het feit dat het namens haar functie is (niet persoonlijk) maakt dit tot een officiële handeling van het CvdM — zonder de formele waarborgen die daarbij horen (hoor en wederhoor, proportionaliteit, motivering).
Strategisch punt: Dit telefoontje documenteert dat het CvdM actief druk uitoefent op ON!'s personeelsbeleid vóórdat er een formele procedure is gestart. De uitspraak 'geen ruimte voor racisme en discriminatie' is een politiek-moreel oordeel, geen juridische constatering — zeker niet als het vonnis nog niet onherroepelijk is. Bewaar dit verslag als bewijs van disproportionele druk door de toezichthouder.
Dit is de formele opening van het Blommestijn-dossier door het CvdM. De brief legt het juridisch kader voor wat uiteindelijk leidt tot de waarschuwing van 9 mei 2025 (overtreding Gedragscode + ultimatum column offline). Het CvdM formuleert al in deze brief de twee rechtsgronden: art. 2.3 lid 5 Mw (Gedragscode) en art. 2.178 lid 1 Mw (Beleidsregels governance). Dezelfde wettelijke basis als bij de belangenverstrengeling-boete.
Onschuldpresumptie — fundamenteel probleem: Het CvdM erkent dat hoger beroep is ingesteld en de veroordeling dus niet onherroepelijk is. Toch constateert het al overtredingen op basis van die niet-onherroepelijke veroordeling. De brief stelt dat Blommestijn 'vanaf het moment dat zij verdacht werd van voornoemde misdrijven een aantekening op haar justitiële documentatie' heeft — maar verdacht zijn is niet veroordeeld zijn. Het CvdM schuift de onschuldpresumptie (art. 6 lid 2 EVRM) terzijde door te focussen op de 'respons' van ON! in plaats van op de veroordeling zelf. Dit is juridisch kwetsbaar.
Vermenging-argument — de kern van het CvdM-bezwaar: Het CvdM construeert een vermenging van rollen: Blommestijn handelt op haar privéaccount, maar presenteert zich als ON!-medewerker; ON! biedt een podium voor haar grieven in het programma; ON! schaart zich als organisatie achter haar verdediging. Hierdoor kan het publiek 'geen onderscheid maken' tussen persoonlijke opvattingen en publieke taak. Dit is het argument dat later terugkeert in het gesprek van 27 maart.
Kwetsbaar punt — geen intern onderzoek: Het CvdM constateert dat ON! géén intern onderzoek heeft verricht naar aanleiding van de veroordeling, maar wél (interne beheers)maatregelen heeft getroffen. Dit onderscheid is relevant: ON! stelt dat het wél een zorgvuldige afweging heeft gemaakt (zie rapport 24 mrt 2025), maar het CvdM verwacht een formele risicoanalyse conform Principe 6 van de Gedragscode. Het verschil zit in formaliteit versus materialiteit.
Vergelijkbare gevallen — Akyol/Ansah: In het latere gesprek (27 mrt) benoemt Vlemmix dat andere publieke omroepmedewerkers (Özcan Akyol, Akwasi Ansah) ook een strafrechtelijke aantekening hebben zonder dat het CvdM optreedt. Dit is een gelijkheidsargument dat het CvdM in deze brief niet adresseert. Als het CvdM selectief handhaaft, is dat in strijd met het verbod van willekeur (art. 3:4 Awb).
Strategisch punt: De brief nodigt ON! uit voor een gesprek op 27 maart om 13:00. Dat gesprek (het verslag van 11 pagina's) wordt uiteindelijk gehouden op 27 maart om 15:00 — twee uur later dan gepland. Külcü benoemt in dat gesprek dat het CvdM 'haast zette' achter de planning. De brief geeft ON! geen expliciete termijn voor een schriftelijke reactie vóór het gesprek, maar ON! levert op 24 maart een uitgebreid rapport.
Cautie — signaal van formele handhaving: Het feit dat het CvdM cautie geeft op grond van art. 5:10a Awb is juridisch zeer significant. Dit artikel beschermt tegen zelfincriminatie bij bestuursrechtelijke handhaving. Het CvdM geeft hiermee aan dat het gesprek niet vrijblijvend is maar onderdeel van een handhavingsonderzoek. Het College heeft 'nog niet besloten welke stappen' het neemt — maar de cautie impliceert dat formele handhaving op tafel ligt. Dit is een ander register dan het constructieve governance-gesprek van 3 maart.
Asante-problematiek expliciet benoemd: Vlemmix stelt onomwonden dat Asante zich op 'drie momenten' persoonlijk met het dossier heeft bemoeid (telefoongesprek 19 dec 2024, 10 jan 2025, druk op RvT). Witvoet probeert dit te scheiden: 'zorgen uiten mag, maar handhaven niet op basis van zorgen'. Maar Külcü pakt dit scherp op: de brief bevat wél vermoedens van overtredingen, en Asante gaf aan dat er overtredingen wáren — dat rijmt niet met 'alleen zorgen'. De coördinator H&B maakt vervolgens het cruciale onderscheid tussen constateren en vaststellen van overtredingen. Dit is bruikbaar in bezwaar: als het CvdM erkent dat er nog niets is vastgesteld, kan het ook niet handhaven op basis van die constateringen.
Verweer ON! — drielaags: Külcü bouwt een sterk verweer op drie niveaus: (a) juridisch: vonnis niet onherroepelijk, hoger beroep schorst de veroordeling, geen gevolgen verbinden aan opgeschorte situatie; (b) statutair: ON! is opgericht voor vrijheid van meningsuiting, je kunt organisatie en redactionele keuzes niet los zien; (c) feitelijk: Blommestijn handelde als privépersoon op privéaccount, ON! wachtte af als verdachte, maakte na uitspraak zorgvuldige afweging, schakelde juristen in, achtte uitspraak gebrekkig en kansen op vrijspraak in hoger beroep groot. Vlemmix vult aan met context: andere omroepmedewerkers (Akyol, Ansah) hebben ook een 'krasje op het strafblad' zonder dat het CvdM optreedt.
CvdM-probleem — vermenging rollen: Witvoet formuleert het kernbezwaar van het CvdM: ON! biedt enerzijds een podium voor de rechtszaak in het media-aanbod (redactioneel), maar schaart zich anderzijds als organisatie achter de verdediging van Blommestijn (bestuurlijk). Het CvdM ziet hier vermenging van de publieke mediaopdracht met de persoonlijke zaak van een medewerker. Tegelijkertijd erkent het CvdM dat de reactie van ON! een 'groot gedeelte' gaat over vrijheid van meningsuiting die ON! 'ook toekomt'. Dit is een spanningsveld waar het CvdM zelf geen helder juridisch kader voor heeft.
Strategisch punt — termijn en route: Fenwick noemt een termijn van zes weken. Alleen bij formeel handhavingsinstrument gaat het stuk naar het College (tekeningsbevoegd). Bij informele handhaving beslist de afdeling H&B zelf. Dit is relevant: de uiteindelijke waarschuwing van 9 mei 2025 (overtreding Gedragscode + ultimatum column offline) volgt exact binnen deze termijn. Het gesprek van 27 maart is dus de directe opmaat naar die waarschuwing.
Dit is het slotdocument van het Blommestijn-traject — informele handhaving. De waarschuwing is bewust geen Awb-besluit: er kan geen bezwaar tegen worden gemaakt, en het CvdM publiceert het niet. Dit is een strategische keuze: het CvdM vermijdt een formele procedure (met rechterlijke toetsing) maar legt wél een dossier aan voor toekomstige handhaving. De waarschuwing wordt expliciet betrokken bij het 'doorlopende (verscherpte) toezicht' op ON!.
Censuurverzoek — column en steunbetuiging verwijderen: Het CvdM verlangt dat ON! twee specifieke publicaties van haar website verwijdert: de steunbetuiging van 5 december 2024 en de column van 20 januari 2025 over het 'bevooroordeelde justitieapparaat'. Dit is een vergaande eis van een toezichthouder: het CvdM vraagt een omroep om gepubliceerde content te verwijderen op basis van de Gedragscode Integriteit — niet op basis van de Journalistieke Code of Mediawet-bepalingen over media-aanbod. De vraag is of de Gedragscode hiervoor de juiste grondslag biedt, of dat dit in feite een inmenging in de redactionele vrijheid is (art. 2.88 Mw).
Kern CvdM-redenering — missie vs. mediaopdracht: Het CvdM maakt een scherp onderscheid: ON! mag als vereniging opkomen voor vrijheid van meningsuiting, maar als landelijke publieke media-instelling moet zij primair de publieke mediaopdracht uitvoeren 'met inachtneming van alle daaraan gekoppelde wet- en regelgeving'. Het CvdM stelt dat ON! haar statutaire missie (vrij woord) vermengt met haar wettelijke taak (publiek media-aanbod). Dit is een fundamentele interpretatiekwestie: kun je een omroep die is opgericht voor het vrije woord verbieden om als organisatie achter dat vrije woord te staan?
Onschuldpresumptie — opnieuw genegeerd: Het CvdM erkent dat hoger beroep loopt, maar stelt dat 'vanaf het moment van de uitspraak van de strafrechter sterke aanwijzingen zijn dat de presentatrice niet integer heeft gehandeld'. Dit is juridisch problematisch: een niet-onherroepelijk vonnis levert geen 'sterke aanwijzingen' op in bestuursrechtelijke zin — het levert precies een opgeschort oordeel op. Het CvdM omzeilt de onschuldpresumptie door te focussen op ON!'s reactie op het vonnis in plaats van op het vonnis zelf.
Strategisch punt — ON! heeft niet voldaan: De column en steunbetuiging zijn (voor zover bekend) niet verwijderd. Het CvdM heeft na het verstrijken van de impliciete deadline (geen concrete datum genoemd, maar 'op korte termijn') geen verdere actie ondernomen. Dit bevestigt het patroon: het CvdM dreigt met verscherpt toezicht en mogelijke formele handhaving, maar escaleert vervolgens niet. Dit kan worden uitgelegd als: (a) het CvdM wist dat de juridische grondslag wankel was, of (b) andere prioriteiten prevaleerden. In beide gevallen ondermijnt het de geloofwaardigheid van de waarschuwing als handhavingsinstrument.
Wat het dossier onthult: Ondanks de extreme mate van lakking (ca. 90%) bevatten de niet-gelakte fragmenten waardevolle inzichten. Deel 2 is het meest informatief: het bevat de gewijzigde budgetbrief van 1 augustus 2023 met exacte sanctiebedragen (sanctie 1: €93.442, sanctie 2: €84.098, sanctie 3: €131.885 — totaal ruim €309.000), plus interne NPO-emails over de timing van sanctiebesluiten en mediacoördinatie rond publicatie.
Juridische kans — mediacoördinatie: De niet-gelakte emails tonen dat NPO-medewerkers de publicatie van sanctiebesluiten afstemden op mediaberichten ("BoB en mediabericht gereed"). Dit roept de vraag op of sancties primair als juridische maatregel of als communicatie-instrument werden ingezet. Als dat laatste aantoonbaar is, versterkt dit het argument van détournement de pouvoir.
Opvallend — de lakking zelf is een argument: De extreme mate van lakking (90%+) onder weigeringsgrond 5.1.2i (intern beraad) en 5.2 (vertrouwelijkheid derden) suggereert dat de NPO juist de besluitvormingsprocessen afschermt die voor ON!'s verweer het meest relevant zijn. Overweeg een bezwaar tegen het lakkingsbesluit in te dienen, met name voor documenten over: (a) de coördinatie tussen NPO en Ombudsman, (b) de interne besluitvorming over sancties, en (c) communicatie met CvdM. Op basis van de Woo (art. 5.2 lid 3) kan de overheid verplicht zijn afgeschermde informatie alsnog te verstrekken als het publiek belang groter is.
Strategisch punt voor advocaten: De zichtbare budgetbrief bevestigt de financiële impact: ruim €309.000 aan sancties op een garantiebudget van €4.028.452 (bijna 8%). Dit is relevant voor het proportionaliteitsargument. Vergelijk: het CvdM achtte eigen optreden al disproportioneel terwijl de NPO nóg handhaafde. De gecombineerde financiële impact versterkt dit argument.
Kernpunt — selectieve escalatie: De T2-rapportage aan het CvO-presidium laat zien dat ON! in de periode mei–augustus 2025 slechts 18 van de ruim 500 mailcontacten betrof — minder dan 4%. De Ombudsman noemt ON! nergens als risico of aandachtspunt. NOS/Israël domineert met 256 contacten. Toch verschijnen drie maanden later zeven gerichte publicaties over ON!. Dit tijdsverloop — van onzichtbaar in de rapportage naar prominente negatieve publicaties — roept de vraag op wat er in de tussentijd is veranderd en wie de koerswijziging heeft geïnitieerd.
Bewijswaarde: Dit document is een intern stuk van de Ombudsman zelf, gericht aan het presidium. Het is daarmee geen extern oordeel maar een zelfbeoordeling. Als de Ombudsman in september 2025 zelf concludeert dat ON! geen bijzonder aandachtspunt is, dan is elke latere escalatie richting ON! moeilijk te rechtvaardigen op basis van objectieve klachtdata. Dit document ondermijnt de grondslag van latere acties tegen ON!.
Strategisch gebruik: Bewaar dit als ankerpunt in elke juridische procedure. Het toont een 'nulmeting' van de Ombudsman zelf: op 15 september 2025 was ON! geen probleem. Elke latere actie moet gemotiveerd worden ten opzichte van deze baseline.
Juridische kans: 32 pagina's gedetailleerde weerlegging is een krachtig document. Het toont drie categorieën gebreken in de Ombudsman-publicaties: feitelijke onjuistheden (verifieerbaar), interpretatiefouten (subjectief beoordelingskader), en procedurele gebreken (geen hoor/wederhoor, geen reactietermijn). Elke categorie biedt een andere juridische aanvalslijn.
Opvallend — cascade-effect: Als de Ombudsman-publicaties aantoonbaar gebrekkig zijn, vallen alle maatregelen die erop gebaseerd zijn: de NPO-sancties, de CvdM-verwijzing naar Ombudsman-uitspraken, en het gewicht dat de evaluatiecommissie eraan toekent. Dit is een domino-argument.
Strategisch punt: Overweeg om dit document te laten toetsen door een onafhankelijke mediajurist of mediadeskundige, zodat het in eventuele bestuursrechtelijke procedures als deskundigenbewijs kan dienen. Het Rapport Cliteur fungeert al als academische toetsing.
Juridische kans: Dit document legt de wettelijke basis vast: art. 2.185 Mediawet verplicht tot vijfjaarlijkse evaluatie. De evaluatiecriteria komen uit het Mediabesluit §4. Het is essentieel om te controleren of de evaluatiecommissie zich strikt aan deze criteria houdt, of dat zij aanvullende (niet-wettelijke) criteria hanteert — zoals Ombudsman-rapporten.
Opvallend: Als de evaluatiecommissie zich vergaand baseert op Ombudsman-publicaties (wat Lenferink later erkent), terwijl de wettelijke criteria in het Mediabesluit dat niet voorschrijven, handelt de commissie buiten haar mandaat. De wettelijke criteria gaan over missie, aanbod, bereik en kwaliteitszorg — niet over individuele Ombudsman-uitspraken.
Strategisch punt: Gebruik dit document als meetlat: elke conclusie van de evaluatiecommissie die niet herleidbaar is tot de criteria uit het Mediabesluit §4, is juridisch aanvechtbaar.
Juridische kans: De Minister stelt expliciet dat hij geen extra onderwerpen toevoegt aan de evaluatie. Dit begrenst het mandaat van de commissie: zij mag alleen evalueren op de wettelijke criteria uit art. 2.184 Mediawet en het Mediabesluit. Als de commissie tóch buiten deze kaders treedt (bijv. door Ombudsman-rapporten als zelfstandig evaluatiecriterium te hanteren), handelt zij in strijd met het ministersbesluit.
Opvallend — deadline: De wettelijke deadline was 1 januari 2026, maar de Minister accepteert uitstel tot 28 februari 2026. Dit uitstel is alleen geldig als het rapport ook daadwerkelijk vóór die datum wordt opgeleverd. Elke verdere vertraging ondermijnt de rechtsgeldigheid van het rapport. Bovendien: de Minister geeft de commissie carte blanche om de opdrachtformulering zelf vast te stellen — dit is ongebruikelijk en vermindert de democratische controle op het evaluatieproces.
Strategisch punt: Deze brief is een belangrijk anker: de Minister definieert hier het speelveld. Alles wat de commissie doet buiten dit kader, is niet door de Minister gesanctioneerd. Gebruik dit als toetssteen bij het aanvechten van het eindrapport.
Juridische kans: De profielschets vereist: onafhankelijkheid, representativiteit voor publiek, diversiteit in deskundigheid. Dit zijn toetsbare criteria. Als de commissie niet representatief is voor het kijk- en luisterpubliek van ON! (conservatief, kritisch op mainstream media), is de samenstelling in strijd met de eigen profielschets.
Opvallend — beschikbaarheid: De profielschets noemt 'beschikbaarheid gedurende evaluatieperiode feb–aug 2025'. De evaluatie loopt echter door tot minstens februari 2026 (deadline eindrapport). Dit is een discrepantie: commissieleden zijn geselecteerd op beschikbaarheid voor een kortere periode dan de feitelijke evaluatie duurde.
Strategisch punt: Gebruik de profielschets als toetssteen voor de samenstelling. Onderzoek de achtergrond van elk commissielid: hebben zij eerder uitspraken gedaan over ON!, het publieke bestel, of journalistieke normen? Elke schijn van vooringenomenheid is een aanvalsgrond.
Juridische kans: Joustra stelt dat de commissie 'volstrekt onafhankelijk' is. Maar de brief onthult ook dat de RvB de voordracht deed en de RvT deze 1-op-1 overnam. Er is geen externe toetsing van de onafhankelijkheid geweest — de Minister had 'geen opmerkingen' maar heeft evenmin actief getoetst. Wie waarborgt de onafhankelijkheid als de NPO zelf de leden voordraagt?
Opvallend — circulaire validatie: De RvB draagt voor, de RvT benoemt, de Minister heeft geen bezwaar. Maar de NPO is dezelfde organisatie die ON! drie maal heeft gesanctioneerd en licentie-intrekking heeft gevraagd. Dat de NPO de commissieleden selecteert die ON! moeten evalueren, is een structureel belangenconflict. De vos die het kippenhok bewaakt.
Strategisch punt: Joustra's brief zegt dat ON! de zorgen al mondeling en schriftelijk beantwoord heeft gekregen door de RvB. Vraag deze eerdere correspondentie op — daar kunnen argumenten in staan die bruikbaar zijn.
Juridische kans: Dit document definieert het beoordelingskader. Als de evaluatiecommissie in haar eindrapport afwijkt van dit kader, is dat procedureel aanvechtbaar. Leg het eindrapport straks naast deze brief en controleer of de commissie zich aan haar eigen speelveld heeft gehouden.
Opvallend: De deadline eindrapport is 28 februari 2026. Als het rapport later komt, kan dat gevolgen hebben voor de rechtsgeldigheid — de Minister had immers specifiek ingestemd met uitstel tot die datum.
Strategisch punt: Bewaar alle communicatie met de evaluatiecommissie zorgvuldig. Elke afwijking van de hier beschreven werkwijze is een procedurefout die het rapport kan ondermijnen.
Juridische kans: De zelfevaluatie is het moment waarop ON! haar eigen verhaal vertelt. De vragen gaan over missie, doelstellingen, aanbod en verscheidenheid. Dit zijn de wettelijke criteria uit het Mediabesluit — niet de Ombudsman-publicaties. Als de commissie de zelfevaluatie terzijde schuift ten gunste van Ombudsman-rapporten, handelt zij buiten de wettelijke kaders.
Opvallend: De uitvraag ging naar ON! als 'aspirant-omroep'. De term 'aspirant' is juridisch relevant: aspirant-omroepen hebben een voorlopige erkenning en worden anders beoordeeld dan volledige omroepen. Het beoordelingskader moet hiermee rekening houden.
Strategisch punt: De zelfevaluatie is ON!'s kans om te laten zien wat zij toevoegt aan het bestel: diversiteit van geluid, bereik van een ondervertegenwoordigde doelgroep, aanvulling op het programmaaanbod. Focus op de meerwaarde, niet alleen op de kritiek.
Juridische kans: De commissie voegt 6 aanvullende thema's (A–F) toe aan het beoordelingskader. Dit is problematisch: de Minister had in zijn brief van 22 april 2025 expliciet geen extra onderwerpen toegevoegd. Als de commissie zelf het evaluatiekader uitbreidt voorbij de wettelijke criteria, kan dit worden aangemerkt als overschrijding van het mandaat. Met name thema E (interne cultuur) en thema B (borging onafhankelijkheid) gaan verder dan wat art. 2.184 Mediawet voorschrijft.
Opvallend — ON! specifiek uitgelicht: De brief vermeldt dat de commissie specifiek rapporteert over de bijdrage van ON! en Omroep Zwart aan de verscheidenheid van het media-aanbod. Dit is een ongelijke behandeling: andere omroepen worden niet individueel onder de loep genomen. De vraag is of dit objectief gerechtvaardigd is of dat het een vooropgezet kader creëert om aspirant-omroepen strenger te beoordelen.
Strategisch punt: De 5 commissieleden (Lenferink, Abid, De Jong, Van Manen, De Blécourt-Wouterse) zijn nu officieel benoemd. Onderzoek hun achtergrond grondig: eerdere publicaties, bestuursfuncties, en mogelijke banden met NPO of CvdM. Elke schijn van vooringenomenheid ten opzichte van ON! is aanvechtbaar. Let ook op de planning: interviews okt-nov, conceptrapport nov-dec — dit is een zeer kort tijdsbestek voor een wettelijke evaluatie van het hele publieke bestel.
Juridische kans: Dit document is cruciaal. Het bevat ON!'s eigen onderbouwing en moet aantoonbaar zijn meegewogen in het eindrapport. Als de evaluatiecommissie de antwoorden niet of nauwelijks adresseert in haar rapport, is dat een motiveringsgebrek.
Opvallend: De evaluatiecommissie moet beoordelen op basis van de wettelijke criteria. Als ON! in de zelfevaluatie overtuigend aantoont dat zij aan de criteria voldoet, moet de commissie gemotiveerd uitleggen waarom zij tot een andere conclusie komt. Een rapport dat de zelfevaluatie negeert, is juridisch kwetsbaar.
Strategisch punt: Bewaar bewijs dat de zelfevaluatie tijdig en volledig is ingeleverd. Documenteer ook de reactietermijn die de commissie heeft gegeven en of die redelijk was.
Dit is het belangrijkste document in het dossier tot nu toe. Het eerste concept van de evaluatiecommissie geeft inzicht in de richting van het eindoordeel. Hieronder een diepgaande analyse.
POSITIEVE ELEMENTEN (bewaar deze zorgvuldig):
1. De commissie erkent expliciet dat ON! een bijdrage levert aan de pluriformiteit van het media-aanbod — dit is de kern van het bestaansrecht van ON! in het bestel.
2. De commissie erkent de bijdrage aan toegankelijkheid via sociale media en contact met de doelgroep.
3. De publiekscijfers zijn sterk en stijgend: waarderingsscore 7,3→8,1→7,7, publieke waarde score 68→80→83. De commissie erkent dit. Deze stijgende lijn is een krachtig feitelijk argument.
4. Stabiel bereik van ~675.000 kijkers per week. De commissie erkent dat ON! een unieke groep bereikt die geen enkele andere omroep bereikt.
5. De commissie constateert dat ON! voldoende duidelijk maakt wat zijn missie, doelstellingen en plek in het bestel zijn (ijkpunten a en b: voldaan).
KRITISCHE ELEMENTEN — JURIDISCHE AANVALSPUNTEN:
6. Overmatige afhankelijkheid van de Ombudsman: De commissie leunt zwaar op de 2 rapporten en 9 uitspraken van de Ombudsman. Maar: (a) het CvdM achtte in 2022-2023 eigen handhaving bovenop NPO-sancties disproportioneel, waarna de NPO 2/3 sancties introk — uiteindelijk handhaafde niemand effectief, (b) de staatssecretaris verwierp de intrekking op dezelfde basis, (c) prof. Cliteur heeft de methodologie van de Ombudsman academisch onderuitgehaald. De commissie hanteert een bron waarop geen enkele instantie uiteindelijk succesvol heeft gehandhaafd.
7. Cirkelredenering over 'niet leren van uitspraken': De commissie verwijt ON! dat het de Ombudsman-uitspraken niet erkent. Maar ON! heeft inhoudelijk onderbouwd waarom die uitspraken gebrekkig zijn (32-pagina weerlegging, Rapport Cliteur). Het niet overnemen van een conclusie die je gemotiveerd betwist, is geen 'niet leren' — het is het uitoefenen van het recht op verweer.
8. Framing van de sanctiegeschiedenis: De commissie beschrijft dat de NPO driemaal sanctioneerde en dat de staatssecretaris intrekking afwees. Maar het rapport vermeldt niet dat het CvdM de grondslag voor handhaving afwees, en relativeert de intrekking van sanctie 2 en 3 alsof dit slechts een handreiking was. Dit is een onvolledige weergave — dit is een feitelijke onjuistheid die in de check moet worden gecorrigeerd.
9. Belangenverstrengeling — nieuw gegeven: De commissie noemt een CvdM-boete uit september 2025 voor twee incidenten. Controleer: is deze boete al definitief of loopt er nog bezwaar? Als er bezwaar loopt, mag de commissie deze niet als vaststaand feit presenteren.
10. Medewerking-paradox: De commissie concludeert 'geen volledige medewerking'. Maar de commissie erkent elders dat ON! wél de zelfevaluatie heeft ingevuld, alle gesprekken heeft gevoerd, en op het conceptrapport reageert. De vraag is: wat is de maatstaf voor 'volledig'? De staatssecretaris sprak van 'zeer manifest en structureel gebrek aan samenwerkingsbereidheid' als drempel voor intrekking — dat is een veel hogere lat.
11. NPO kon geen duidelijke aanboddoelstellingen definiëren: De commissie merkt op dat de NPO niet kon specificeren waaraan aspirant-omroepen precies moeten bijdragen. Als het normenkader zelf diffuus is, hoe kan ON! dan worden afgerekend op het niet voldoen eraan?
12. Risicosignalering bronnenbeleid: De commissie signaleert dat ON! bewust afwijkt van persbureaus als primaire bron. De commissie noemt dit een 'risico'. Maar dit is een redactionele keuze die onder de bescherming valt van art. 7 Gw en art. 10 EVRM. De commissie betreedt hier het terrein van redactionele autonomie.
AANBEVELINGEN VOOR DE FEITELIJKE CHECK:
• Corrigeer de onvolledige weergave van het sanctietraject: vermeld het CvdM-oordeel 'niet passend en disproportioneel'.
• Verifieer de status van de CvdM-boete belangenverstrengeling (definitief of onder bezwaar?).
• Betwist de conclusie 'geen volledige medewerking' met concrete opsomming van alle medewerking die wél is verleend.
• Wijs op de inconsistentie: de commissie erkent dat ON! bijdraagt aan pluriformiteit (positief), maar baseert haar kritiek grotendeels op een bron (Ombudsman) die door het CvdM en de staatssecretaris als ontoereikend is beoordeeld.
• Benadruk de stijgende publiekscijfers als objectief bewijs van kwaliteitsverbetering.
Dit is het formele verweer van ON! tegen het conceptrapport — een sterk document. Hieronder de analyse van de vijf kernpunten en aanvullende observaties.
KERNPUNT 1 — Oneigenlijk gebruik Ombudsman-rapporten: ON! beroept zich op drie juridische gronden: (a) het karakter van Ombudsman-rapporten als zelfregulering, niet als formele grondslag; (b) schending van het zorgvuldigheidsbeginsel (art. 3:2 Awb) omdat de commissie niet meeneemt dat geen enkele instantie succesvol handhaafde op basis van deze rapporten; (c) schending van de redactionele autonomie (art. 2.88 Mediawet). Dit is juridisch solide. De verwijzing naar art. 3:2 Awb is bijzonder sterk omdat het een concrete wettelijke norm is die de commissie verplicht alle relevante feiten mee te wegen — inclusief het oordeel van de staatssecretaris.
KERNPUNT 2 — CvdM-boete en onschuldpresumptie: ON! voert aan dat de boete uit 2025 niet definitief is zolang er nog bezwaar of beroep mogelijk is. Bovendien: het instellingsbesluit beperkt de evaluatie tot 2022-2024, dus besluiten uit 2025 vallen buiten de scope. Dit is een zeer sterk procedureel argument. Als de commissie feiten van buiten de evaluatieperiode meeneemt, handelt zij buiten haar mandaat.
KERNPUNT 3 — Medewerking: De commissie concludeert 'geen volledige medewerking', maar ON! wijst erop dat zij alle gesprekken heeft gevoerd, de zelfevaluatie heeft ingevuld, en op het concept reageert. De maatstaf van de staatssecretaris was 'zeer manifest en structureel gebrek aan samenwerkingsbereidheid' — een veel hogere lat dan wat de commissie lijkt te hanteren.
KERNPUNT 4 — Vertraagde toezending concept: Het concept is ruim een maand later ontvangen dan gepland (16 feb i.p.v. januari 2026). ON! had daardoor slechts 2 dagen voor de feitelijke check. Dit is een schending van het fair play-beginsel en kan in een eventuele bezwaarprocedure worden aangevoerd als procedureel gebrek.
OPVALLEND — Lerend vermogen: ON! somt concrete verbetermaatregelen op die de commissie niet of nauwelijks vermeldt in het concept: factchecker-redacteur, trainingen voor presentatoren, werkinstructies voor scheiden feiten/meningen, Oeps-pagina voor correcties, periodieke evaluatie van uitzendingen. Als deze maatregelen inderdaad bestaan en functioneren, is de conclusie van de commissie dat ON! 'niet leert' feitelijk onjuist.
JURIDISCHE KANS — Informatievordering: ON! eist het volledige onderzoeksdossier op vóór 23 februari. Als de commissie dit niet verstrekt, is dat een schending van het beginsel van hoor en wederhoor: ON! kan zich niet adequaat verweren als zij niet weet waarop de conclusies zijn gebaseerd. Dit is een sterk procedureel drukmiddel.
STRATEGISCH PUNT — Rechtenbehoud: ON! sluit af met een uitdrukkelijk voorbehoud van alle rechten. Dit is cruciaal: het signaleert dat ON! juridische stappen overweegt als de correcties niet worden verwerkt. Dit moet worden gevolgd door een concrete brief na publicatie van het definitieve rapport, waarin wordt vastgesteld welke correcties wel en niet zijn overgenomen.
Juridische kans — Lenferink erkent gebreken: Lenferink (voorzitter commissie) erkent dat 'zaken niet goed zijn gegaan'. Dit is een zeldzame erkenning van de commissievoorzitter zelf. Leg dit vast en citeer het in elk toekomstig verweer. Als de commissievoorzitter erkent dat het proces gebrekkig was, kan het eindrapport worden aangetast op basis van de eigen verklaring van de voorzitter.
Opvallend — Ombudsman dominant: De commissie baseert zich 'vergaand' op de Ombudsman. Maar de wettelijke evaluatiecriteria (Mediabesluit §4) schrijven dit niet voor. De Ombudsman is geen wettelijke bron voor de evaluatie. Als de commissie zich vergaand op een niet-wettelijke bron baseert, handelt zij buiten haar mandaat.
Cruciale constatering: 'ON!-zienswijze onvoldoende meegenomen' — als dit klopt, is er sprake van een schending van het beginsel van hoor en wederhoor. De evaluatiecommissie is wettelijk verplicht om alle relevante perspectieven mee te wegen.
Strategisch punt: De uitspraak van de staatssecretaris dat Code-schendingen geen grond zijn voor intrekking erkenning is het ultieme verweer: zelfs als de evaluatie tekortkomingen constateert, leidt dat niet automatisch tot consequenties voor de erkenning.
Dit is de aangepaste versie na jullie feitelijke correcties. Hieronder een analyse van wat is veranderd en wat opvalt.
WAT IS VERANDERD NA CORRECTIES:
1. Toevoeging zelfreflectie ON!: De commissie heeft een uitgebreider Tekstvak 7 opgenomen waarin ON! aan het woord komt. ON! beschrijft dat het factchecking heeft georganiseerd op de redactie, trainingen voor presentatoren en redacteuren, en periodieke evaluatie van redactioneel beleid. Dit is een positieve toevoeging — jullie verbetermaatregelen staan nu in het rapport.
2. Nuancering bezwaarprocedure: De commissie vermeldt nu expliciet dat ON! in bezwaar is gegaan tegen de CvdM-boete en dat de procedure nog loopt. Dit is een verbetering ten opzichte van een versie die het besluit als vaststaand zou presenteren.
3. Verbeterde verstandhouding Ombudsman: De commissie erkent nu dat ON! heeft gewerkt aan een betere verstandhouding met de Ombudsman, blijkend uit zowel de reactie op het rapport als het gesprek met de Ombudsman. Dit is een belangrijk winstpunt.
WAT ONGEWIJZIGD BLIJFT — JURIDISCHE RISICO'S:
4. Zware leunpositie op Ombudsman blijft intact: De commissie blijft de 2 rapporten en 9 uitspraken als centrale onderbouwing gebruiken. De fundamentele kritiek (prof. Cliteur, 32-pagina weerlegging, CvdM's eigen oordeel 'niet passend en disproportioneel') wordt niet verwerkt. Dit blijft het zwakste punt van het rapport.
5. Voetnoot 1 is problematisch: De commissie citeert specifieke uitingen van ON! (reactie op CvdM-boete, uitingen over Ombudsman) als bewijs dat ON! 'de integriteit van instituties in twijfel trekt'. Dit is een subjectieve selectie — het zijn uitspraken die vallen onder het recht op vrije meningsuiting en het recht op verweer tegen een sanctie. De commissie verwart kritiek met ondermijning.
6. Conclusie 'geen volledige medewerking' blijft staan: Ondanks dat ON! alle zelfevaluaties invulde, alle gesprekken voerde, en actief meewerkt aan het evaluatieproces. De commissie baseert dit nog steeds op de NPO-sanctiegeschiedenis uit 2022-2023 — sancties die grotendeels zijn ingetrokken.
7. Bronnenbeleid als 'risico': De commissie signaleert dat ON! bewust afwijkt van persbureaus. Dit raakt aan redactionele autonomie (art. 7 Gw, art. 10 EVRM). De commissie betreedt hier gevaarlijk terrein — een toezichthouder die oordeelt over bronkeuze.
STRATEGISCH ADVIES VOOR WEDERHOOR:
8. Benadruk de verbeteringen: De aangepaste tekst erkent nu trainingen, factchecker en verbeterde Ombudsman-relatie. Gebruik dit in het wederhoor als bewijs van structurele verbetering.
9. Voetnoot 1 aanvechten: Verzoek verwijdering of nuancering. Het citaat over Amma Asante is een reactie op een boete en valt onder het recht op verweer. De citaten over de Ombudsman zijn verwijderd van de website — het is unfair om verwijderde uitingen als bewijs te gebruiken.
10. Publieke waarde score 2 betwisten: De 'ranking-score' (23 en 34, onder norm van 40) meet het bredere publiek dat ON! kent maar niet kijkt. De commissie erkent zelf de beperkingen van deze score. Bepleit dat de score van daadwerkelijke kijkers (68→80→83, ruim boven norm) de relevantere maatstaf is.
11. Medewerking-paradox uitbuiten: De commissie oordeelt 'geen volledige medewerking' op basis van 2022-2023 sancties. Maar in dezelfde evaluatieperiode heeft ON! het bezwaar tegen de commissiesamenstelling ingetrokken, drie gesprekken gevoerd, de zelfevaluatie ingevuld en op het conceptrapport gereageerd. Vraag de commissie om dit expliciet te vermelden als tegenwicht.
12. Diffuus normenkader als verweer: De commissie erkent zelf dat de NPO geen duidelijke aanboddoelstellingen kon formuleren. Dit is een krachtig punt: als het normenkader diffuus is, kan een omroep er niet op worden afgerekend.
Bewijswaarde — constructieve houding ON!: Dit verslag toont dat ON! zelf het initiatief nam om het CvdM te informeren over de interne crisis. Asante erkent dat het CvdM anders zelf het gesprek had geïnitieerd. Het feit dat ON! proactief transparantie biedt over een pijnlijk intern conflict (Geersing-crisis, achterbanonrust) is een sterk bewijs van samenwerkingsbereidheid. Bewaar dit als tegenwicht tegen elk verwijt van gebrek aan openheid richting toezichthouders.
Opvallend — toon CvdM: Het CvdM reageert constructief en terughoudend. Asante benadrukt 'stabiliteit en constructieve samenwerking'. Er wordt niet gedreigd met sancties of maatregelen. Dit staat in schril contrast met de toon van latere CvdM-acties (26 tekortkomingen, sanctiebeschikking). De vraag is wat er tussen maart en september 2025 veranderde in de opstelling van het CvdM.
Governance-verbetering als feit: ON! doet concrete toezeggingen: versterking governance-structuur, formalisering benoemingsprocedures, uitbreiding ledenraad van 6 naar 12 leden, verbetering communicatie. Dit zijn meetbare verbeterpunten die later geëvalueerd kunnen worden. Als ON! deze toezeggingen nakomt, ondermijnt dat het narratief dat de omroep structureel disfunctioneert.
Strategisch punt: De vermelding van de situatie Blommestein (vermoedelijk Raisa Blommestein, lid/presentator) en het feit dat CvdM hierover apart wil overleggen, toont dat het CvdM op detailniveau meekijkt met interne ON!-aangelegenheden. Dit niveau van bemoeienis is ongebruikelijk voor een toezichthouder en kan worden aangevochten als onevenredige inmenging in de interne autonomie van een omroepvereniging.
Context — follow-up van constructief gesprek: Deze email is de formele opvolging van het bespreekverslag van 3 maart 2025. De toon is zakelijk maar niet dreigend. Het CvdM formuleert 'verwachtingen', geen eisen of ultimatums. Dit past bij de constructieve toon van het eerdere gesprek, waarin ON! proactief transparantie bood over de interne crisis.
Juridische kwalificatie — informele handhaving: De twee 'verwachtingen' zijn juridisch geen formele aanwijzingen of waarschuwingen in de zin van de Awb. Het zijn bestuurlijke verwachtingen die het CvdM uitspreekt binnen zijn toezichtrelatie. Dit is relevant omdat het bevestigt dat het CvdM op dit moment (maart 2025) géén reden ziet voor formele handhaving op het governance-dossier — het volstaat met informele begeleiding. Als het CvdM later wél sanctioneert op governance-tekortkomingen, kan deze brief worden aangevoerd als bewijs dat het CvdM zelf de situatie als beheersbaar beoordeelde.
Opvallend — 'korte termijn' zonder deadline: Beide verwachtingen spreken van 'op korte termijn' maar stellen geen concrete deadline. De voortgang wordt gevolgd via 'regulier contact'. Dit is een bewuste keuze: het CvdM geeft ON! de ruimte om zelf invulling te geven aan het tempo. Dit is het tegenovergestelde van de harde deadlines die het CvdM in andere dossiers stelt (vgl. ultimatum column offline, 8 juni 2025).
Strategisch punt: Bewaar deze email als bewijs dat: (a) ON! na de RvT-crisis actief contact zocht met het CvdM, (b) het CvdM de situatie beheersbaar achtte en volstond met informele begeleiding, (c) ON! bereid was governance-verbeteringen door te voeren. Dit is relevant als de evaluatiecommissie of het CvdM later oordeelt dat ON!'s governance structureel tekortschiet — in maart 2025 was het CvdM zelf tevreden met de ingezette koers.
Positionering als RWT is een fundamentele verschuiving. Het team van de Ombudsman werkt aan een wetsvoorstel om de huidige Ombudsman om te zetten van een informele functie naar een rechtspersoon met wettelijke taak (RWT). Dit gaat verder dan de eerder besproken stichtingsvorm: een RWT biedt meer governance-helderheid en een duidelijkere positie richting het publiek. Het wetsvoorstel wordt eind 2025 aan het CvO voorgelegd, met een tussenstand begin T-3 aan het gehele CvO. Politiek: Tweede Kamer en minister waren positief gestemd, maar de kabinetsval heeft het traject vertraagd.
Relevantie voor ON!: ON! heeft 18 mailcontacten met de Ombudsman in T2 – relatief weinig vergeleken met NOS (256). De Ombudsman noemt ON! niet expliciet in de inhoudelijke analyse. De focus lag op het Israël/Gaza-conflict (NOS-klachten over objectiviteit) en een FvD-gerelateerde 'massaklacht'. Dit past in het beeld dat de Ombudsman zich primair richt op de grote omroepen en dat ON! niet disproportioneel veel aandacht krijgt.
Onafhankelijkheid en zelfkritiek. Het rapport bevat een opmerkelijke passage: de Ombudsman erkent dat zij 'niet de slager is die het eigen vlees keurt' maar dat dit soms wel zo wordt verondersteld. De oplossing: samenwerking met onafhankelijke derden (universiteiten, fondsen) voor analyse. Dit is relevant voor ON!'s klachten over de onafhankelijkheid van de Ombudsman.
De Mediawet, Journalistieke Code, erkenningsbesluiten en politieke context.